- Asperger, Autisme
- ADHD
- ADD
- PDD NOS
- Oppositioneel Opstandige Gedragsstoornis (ODD)
- Antisociale gedragsstoornis (CD)
- Eetstoornissen
- Gilles de la Tourette (en andere tikstoornissen)
- Obsessieve dwangstoornis (OCD)
- Dyspraxie (DCD), motorische onhandigheid
- Dyscalculie
- Dyslexie
- Non-verbale informatie (NLD)
- Meervoudige complexe ontwikkelingsstoornissen (MCDD)
- Schizofrenie
- Stemmingsstoornissen
- Angst en fobie
- Hechtingsstoornis
- Psychose
- Zorg voor Jeugd
- Psychomtorische therapy (agressietraining)
- Zelfhulpboeken (SWP)
- Creatieve therapie
- Onbewuste herstructurering
- Gedragstherapie
- Cognitieve therapie
- Psychofysieke training bij jongens (Rots en Water)
Oppositioneel Opstandige Gedragsstoornis (ODD)
Wat is ODD?
ODD is een oppositionele opstandige gedragsstoornis die voorkomt bij kinderen. Een kind met ODD is erg inflexibel en het heeft daardoor moeite met veranderingen. Ook heeft het kind een lage frustratietolerantie. Het is snel gefrustreerd, raakt snel van streek en kan tegenslagen niet goed opvangen en verwerken. Hierdoor ontstaan driftbuien en opstandig gedrag. Alle kinderen hebben periodes met agressief gedrag, zoals in de kleuterperiode en tijdens de puberteit. Maar een kind met ODD heeft dit oppositionele gedrag constant en voor een langere periode.
Kenmerken
Volgens de DSM IV-TR, een handboek dat wereldwijd door psychiaters wordt gebruikt, moet een kind aan minimaal vier kenmerken voldoen, gedurende minimaal 6 maanden, om van ODD te kunnen spreken;
- Is vaak driftig
- Maakt vaak ruzie met volwassenen
- Is vaak opstandig of weigert zich te voegen naar verzoeken of regels van volwassenen
- Ergert vaak met opzet anderen
- Geeft anderen vaak de schuld van zijn eigen fouten of wangedrag
- Is vaak prikkelbaar en ergert zich gemakkelijk aan anderen
- Is vaak boos en gepikeerd
- Is vaak hatelijk of wraakzuchtig
Een kind met deze kenmerken krijgt problemen en beperkingen op school, thuis en in sociale situaties.
Bron: American Psychiatric Association (2000). Beknopte Handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM IV-TR, American Psychiatric Association (p. 103).
Oorzaken
Over de oorzaken van ODD is men het nog niet helemaal eens. Tegenwoordig wordt uitgegaan van aanleg (nature) en omgevingsfactoren (nurture). Enkele aanlegfactoren kunnen zijn; een langzamere hartslag, erfelijkheid (een broer, zus of ouder met ODD), een hogere stressdrempel, een lichte hersenbeschadiging of een inhibitieprobleem (dan heeft het kind geen controle over de hoeveelheid prikkels die binnenkomen in zijn hoofd). Omgevingsfactoren kunnen oorzaken zijn; ouders met alcohol- of drugproblemen, een lage sociaaleconomische status en ouderlijk antisociaal gedrag. Maar ook pedagogische onmacht of verwaarlozing, echtscheiding of werkeloosheid van de ouders en weinig toezicht hebben invloed op het ontwikkelen van ODD.
Cijfers
ODD komt voor bij 3,2 procent van alle kinderen (cijfers; Lahey e.a., 1999). 30 tot 40% van alle kinderen met ODD hebben ook ADHD. Vaak komt ODD niet alleen voor, er is dan sprake van comorbiditeit. ODD komt drie keer zo vaak voor bij jongens dan bij meisjes en komt ook vaker voor in grote steden dan op het platteland.
Gevolgen
De gevolgen van ODD kunnen heel ernstig zijn; een slechte band met ouders en andere familieleden, uithuisplaatsing of in aanraking komen met justitie. Een kind dat andere kinderen pest, driftbuien heeft, liegt en andere kinderen pijn doet, wordt vaak niet aardig gevonden. Dit kan grote sociale gevolgen hebben voor zowel het kind als voor de ouders. Ouders nemen het kind nergens meer mee heen, blijven daardoor meer op zichzelf en komen zo in een neerwaartse spiraal terecht. De ouders krijgen het meeste opstandige en agressieve gedrag over zich heen; schelden, slaan, totaal niet luisteren, etc. Niet alleen het kind heeft ODD, het hele gezin lijd er onder. Een kind met ODD kan CD ontwikkelen.
Behandeling
Voor de behandeling start is het belangrijk goed te laten onderzoeken welke problematiek het kind ondervindt. Is er sprake van alleen ODD, van comorbiditeit, depressie, een hoog of juist laag IQ? Is er een gevaar voor het kind zelf of zijn omgeving? Hoe gaat het met de rest van het gezin, kunnen de ouders het aan? Welke omgevingsfactoren zijn er in het spel? Hoe is de verdere gezondheid van het kind? Op basis van deze gegevens kan worden gestart met de behandeling.
- Deze behandeling heeft als belangrijke basis de ouders te informeren over de stoornis. Ook worden opvoedingsadviezen gegeven; veel structuur, duidelijke communicatie, manieren van belonen, negeren en straffen, regels stellen, omgaan met driftbuien en dagelijkse probleemsituaties.
- Daarna kan er gekeken worden naar eventuele medicatie. Er is geen medicatie speciaal voor ODD ontwikkeld, maar er worden wel middelen voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld Dipiperon. Als het kind naast ODD ook ADHD heeft, kan er ADHD-medicatie worden voorgeschreven. Ook andere middelen kunnen bij comorbiditeit worden voorgeschreven.
- Er zijn verschillende vormen van begeleiding; ambulante hulp (hulp aan huis), een wekelijks bezoek aan de kinderpsychiater of hulpverleningsinstantie, dagbehandeling, opname en plaatsing in een psychiatrische kliniek. Dat is afhankelijk van de mate van de problematiek.
- Er zijn verschillenden cursussen en begeleiding te volgen, zowel voor de ouders als het kind zelf; ouderbegeleiding, gedragstherapeutische therapie, cognitieve therapie, gedragstherapie, speltraining, woedebeheersingsprogramma’s en sociale vaardigheidstraining.
- Er kan worden besloten dat het kind beter op zijn plaats is in het speciale onderwijs, omdat de leerkrachten hier de kennis en kunde hebben om met deze stoornis om te gaan. Ook is er meer toezicht en begeleiding naar het kind toe.
- Ouders kunnen een PGB aanvragen en daarmee dag- of logeeropvang betalen, hiermee worden de ouders tijdelijk ontlast.
- Soms is een opname nodig om het kind uitgebreid te onderzoeken of wanneer de problemen zo ernstig zijn dat het kind (tijdelijk) niet thuis kan wonen.
Toekomst
Een kind met ODD opvoeden is ontzettend zwaar. Het kind heeft veel meer begeleiding en sturing nodig dan leeftijdsgenootjes. De ouders hebben veel kennis, motivatie en hulp nodig om het kind op te voeden.
Een kind met ODD wat tijdig en juist behandeld wordt, kan op volwassen leeftijd prima functioneren. Er is dan misschien nog wel sprake van problemen, maar niet in die mate om het een naam te geven. Maar er is ook een groep die ODD blijft houden, ook als er alles aan gedaan is om het te behandelen. Een vroege herkenning is dus belangrijk, hierdoor kan er snel gestart worden met de juiste behandeling en aanpak.
Een kind met ODD wat niet tijdig herkend wordt, wat niet behandeld wordt, of waar de omgevingsfactoren erg tegenwerken, kan CD ontwikkelen. CD is een verergerde vorm van ODD. Het is een antisociale gedragsstoornis, waar bij het kind anderen met opzet pijn doet, mishandeld, dingen vernield en met justitie in aanraking kan komen.
Bronnen
American Psychiatric Association (2000). Beknopte handleiding bij de Diagnostische
Criteria van de DSM IV-TR (G.A.S. Koster van Groos).
DC; American Psychiatric Association. (Diagnostic criteria from DSM IV-TR,
2000).
Hartog-Polkerman, C. (2009), Opstandig, Dwars & Driftig, handboek gedragsstoornissen ODD en CD, voor ouders, opvoeders, leerkrachten en hulpverleners.
Lahey, B.B., Miller, T.L., Gordon, R.A. & Riley, A.W. (1999). Developmental epidemiology
of the disruptive behavior disorders. Washington DC: American
Psychiatric Association
- Kon geen boeken vinden