Stoornissen/diagnose:
Andere problemen:
  • Zorg voor Jeugd
Training en therapieën:
  • Psychomtorische therapy (agressietraining)
  • Zelfhulpboeken (SWP)
  • Creatieve therapie
  • Onbewuste herstructurering
  • Gedragstherapie
  • Cognitieve therapie
  • Psychofysieke training bij jongens (Rots en Water)

Antisociale gedragsstoornis (CD)

Wat is CD?

CD is een antisociale gedragsstoornis die voorkomt bij kinderen en jeugdigen. Kinderen met CD schieten tekort in het herkennen van sociale signalen bij andere kinderen. Ze kunnen geen rekening houden met de gevolgen van hun daden bij anderen. Ze kunnen geen oplossingen bedenken om zich anders te gedragen, vanwege een geringe oplossingsvermogen.

 

Kenmerken

Volgens de DSM IV-TR, een handboek dat wereldwijd door psychiaters wordt gebruikt, moet een kind aan minimaal drie kenmerken voldoen, gedurende minimaal twaalf maanden, met ten minste de laatste zes maanden één criterium aanwezig, om van CD te kunnen spreken;

• Agressie gericht op mensen en dieren:

- pest, bedreigt of intimideert vaak anderen;

- begint vaak vechtpartijen;

- heeft een ‘wapen’ gebruikt dat anderen ernstig lichamelijk letsel kan toebrengen

(bijvoorbeeld een knuppel, kei, gebroken fles, mes, vuurwapen);

- heeft mensen mishandeld;

- heeft dieren mishandeld;

- heeft in een direct contact een slachtoffer bestolen (bijvoorbeeld iemand van

achteren neerslaan, tasjesroof, afpersing, gewapende overval);

- heeft iemand tot seksueel contact gedwongen.

• Vernieling van eigendom:

- heeft opzettelijk brand gesticht met de bedoeling ernstige schade te veroorzaken;

- heeft opzettelijk eigendommen van anderen vernield (anders dan door brandstichting).

• Leugenachtigheid of diefstal:

- heeft ingebroken in iemands huis, gebouw of auto;

- liegt vaak om goederen of gunsten van anderen te krijgen of om verplichtingen uit

de weg te gaan (bijvoorbeeld oplichting);

- heeft zonder direct contact met het slachtoffer voorwerpen van waarde gestolen

(bijvoorbeeld winkeldiefstal zonder in te breken, valsheid in geschrifte).

• Ernstige schending van regels:

- blijft vaak, ondanks het verbod van ouders, ’s nacht van huis weg, beginnend voor

het dertiende jaar;

- is ten minste tweemaal van huis weggelopen en ’s nachts weggebleven (of eenmaal

gedurende een langere periode zonder terug te keren);

- spijbelt vaak, beginnend voor het dertiende jaar.

Bron: American Psychiatric Association (2000). Beknopte Handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM IV-TR, American Psychiatric Association (p. 100-102).

 

Oorzaken

De oorzaken van CD zijn nog niet helemaal bekend. Er wordt gesproken over een combinatie van aanleg (nature) en omgevingsfactoren (nurture). Enkele aanlegfactoren kunnen zijn; erfelijkheid (ouders, broer of zus met ODD of CD), ODD, hogere stressdrempel, een hersenbeschadiging, een langzamere hartslag, of een inhibitieprobleem (dan heeft het kind geen controle over de hoeveelheid prikkels die binnenkomen in zijn hoofd). Enkele omgevingsfactoren kunnen zijn; antisociaal ouderlijk gedrag, ouders met alcohol- of drugsproblemen, of een lage sociaaleconomische status. Maar ook pedagogische verwaarlozing of onmacht, echtscheiding of werkeloosheid van de ouders, opgroeien in een criminele buurt en weinig toezicht hebben invloed op het ontwikkelen van CD..

 

Cijfers

CD komt voor bij 2% van alle kinderen (cijfers; Lahey e.a., 1999). Een gedeelte van de  kinderen met CD zijn eerder met ODD gediagnosticeerd, maar niet allemaal. Vaak is er sprake van comorbiditeit, dat betekent dat er meer stoornissen tegelijkertijd voorkomen, zoals ODD, ADHD, depressie, etc. CD komt drie keer zo vaak voor bij jongens dan bij meisjes en komt vaker voor in de stad dan op het platteland. 30 tot 50% van de jongeren met CD ontwikkeld op volwassen leeftijd een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De problemen die dan ontstaan zijn mislukte relaties, ontslagen, onafgemaakte opleidingen en het overtreden van andermans grenzen (zoals geweld en misdaad).

 

Gevolgen

Een kind met CD kan in een jeugdgevangenis belanden of uit huis geplaatst worden. Ook op school ontstaan er meestal problemen, waardoor het kind vaak in het speciale onderwijs beter op zijn plaats zal zijn. In het gezin zelf heeft iedereen te lijden onder het kind met CD. Een kind met CD kan zijn ouders, broers en zussen en huisdieren mishandelen, aanvallen en bedreigen. In de puberteit kan CD leiden tot delinquentie, verslaving, depressiviteit, werkeloosheid, echtscheiding en kans op een gewelddadige dood. Zonder behandeling is er een ongunstige prognose. Met behandeling is er een goede kans op verbetering en een goed functioneren van het kind.

 

Behandeling

Een kind met CD behandelen is uiterst moeilijk. Het kind heeft vaak weinig probleembesef, het onderschat zijn eigen aandeel in situaties en legt vaak de schuld bij een ander neer en overschat deze schuld. Ook heeft het kind vaak al jaren dit negatieve gedrag, waardoor het erg moeilijk is dit om te buigen naar het positieve.

Voor de behandeling start is het belangrijk goed te laten onderzoeken welke problematiek het kind ondervindt. Is er sprake van alleen CD, van comorbiditeit, depressie, een hoog of juist laag IQ? Is er een gevaar voor het kind zelf of zijn omgeving? Hoe gaat het met de rest van het gezin, kunnen de ouders het aan? Welke omgevingsfactoren zijn er in het spel? Hoe is de verdere gezondheid van het kind? Op basis van deze gegevens kan worden gestart met de behandeling.

- Deze behandeling heeft als belangrijke basis de ouders te informeren over de stoornis. Ook worden opvoedingsadviezen gegeven; veel structuur, duidelijke communicatie, manieren van belonen, negeren en straffen, regels stellen, omgaan met driftbuien en dagelijkse probleemsituaties.

- Daarna kan er gekeken worden naar eventuele medicatie. Er is geen medicatie speciaal voor CD ontwikkeld, maar er worden wel middelen voorgeschreven, zoals bijvoorbeeld Dipiperon. Als het kind naast CD ook ADHD heeft, kan er ADHD-medicatie worden  voorgeschreven. Ook andere middelen kunnen bij comorbiditeit worden voorgeschreven.

- Er zijn verschillende vormen van begeleiding; ambulante hulp (hulp aan huis), een wekelijks bezoek aan de kinderpsychiater of hulpverleningsinstantie, dagbehandeling, opname en plaatsing in een psychiatrische kliniek. Dat is afhankelijk van de mate van de problematiek.

- Er zijn verschillenden cursussen en begeleiding te volgen, zowel voor de ouders als het kind zelf; ouderbegeleiding, gedragstherapeutische therapie, cognitieve therapie, gedragstherapie, speltraining, woedebeheersingsprogramma’s en sociale vaardigheidstraining.

- Er kan worden besloten dat het kind beter op zijn plaats is in het speciale onderwijs, omdat de leerkrachten hier de kennis en kunde hebben om met deze stoornis om te gaan. Ook is er meer toezicht en begeleiding naar het kind toe.

- Ouders kunnen een PGB aanvragen en daarmee dag- of logeeropvang betalen, hiermee worden de ouders tijdelijk ontlast.

- Soms is een opname nodig om het kind uitgebreid te onderzoeken of wanneer de problemen zo ernstig zijn dat het kind (tijdelijk) niet thuis kan wonen.

 

Toekomst

Een kind met CD opvoeden en begeleiden is ontzettend zwaar. Er is vaak hulp van buitenaf nodig. Ouders hebben veel kennis, motivatie, energie en hulp nodig. CD wordt vaak vanaf 8 jaar vastgesteld, omdat de kenmerken die hierboven omschreven staan (zoals wapengebruik, dwingen tot seksueel gedrag) niet vaak voorkomen bij kinderen jonger dan 8 jaar. Soms wordt op jongere leeftijd ODD met kans op CD vastgesteld. Hoe jonger het kind gediagnosticeerd wordt met CD, hoe ernstiger de problemen vaak zijn. Als CD zich later ontwikkeld, hebben de kinderen vaak al verschillende sociale vaardigheden geleerd, hierdoor hebben zij een betere prognose.

 

Door: Coby Hartog-Polkerman is zelf moeder van een zoon met ODD. Daarnaast heeft ze verschillende cursussen gevolgd en artikelen geschreven over psychologie, gedrag en opvoeding.

 

 

Bronnen

- American Psychiatric Association (2000). Beknopte handleiding bij de Diagnostische

Criteria van de DSM IV-TR (G.A.S. Koster van Groos). Washington

DC; American Psychiatric Association. (Diagnostic criteria from DSM IV-TR,

2000).

- Hartog-Polkerman, C. (2009), Opstandig, Dwars & Driftig, handboek gedragsstoornissen ODD en CD, voor ouders, opvoeders, leerkrachten en hulpverleners. Amsterdam: SWP.

- Lahey, B.B., Miller, T.L., Gordon, R.A. & Riley, A.W. (1999). Developmental epidemiology

of the disruptive behavior disorders. Washington DC: American

Psychiatric Association

 

 

  • Kon geen boeken vinden

Alle rechten voorbehouden © 2010